Het Excel venster

Een korte beschrijving van de onderdelen van het programmavenster van Excel.

Het programmavenster van Excel heeft drie onderdelen: besturing programma, werkblad en statusbalk. Je kunt alledrie de onderdelen van boven naar beneden zien in de figuur hierna.

Figuur 1. Programmavenster Excel
Programmavenster van Excel
1 Bestand
Deze knop bevindt zich in de linkerbovenhoek van het programmavenster. Wanneer je op deze knop, beschikbaar in alle Office programma's, klikt verschijnt een keuzelijst met een aantal basisopdrachten zoals het maken, openen, opslaan en afdrukken van bestanden. Ook zit hieronder de belangrijke opdracht Opties, waarmee je een aantal instellingen voor Excel kunt regelen.
Opmerking: Dit wordt ook wel de Backstage weergave genoemd.
2 Werkbalk Snelle Toegang
In de Werkbalk Snelle Toegang staan een aantal knoppen voor opdrachten die je vaak gebruikt en anders minder snel kunt vinden. Bij de standaard installatie van Excel staan hierop vier knoppen:
  • Opslaan
  • Ongedaan maken
  • Opnieuw
  • Formulier
Je kunt zelf knoppen aan deze werkbalk toevoegen
3 Lint
Het lint is een paneel, een soort brede werkbalk, aan de bovenkant van het programmavenster. Op het lint staan opdrachten die georganiseerd zijn in logische groepen die weer verzameld worden in tabbladen zoals Start, Invoegen, Pagina-indeling, ... Elk tabblad heeft met een bepaald soort activiteit te maken. Sommige tabbladen worden alleen maar getoond wanneer je ze nodig hebt, de zogenaamde contextuele tabbladen. Een voorbeeld hiervan zijn de Hulpmiddelen voor grafieken, welke alleen verschijnen wanneer een grafiek geselecteerd is. Verder staan de opdrachten die je waarschijnlijk het meest nodig hebt zoveel mogelijk aan de linkerkant en staan de meest gespecialiseerde opdrachten uiterst rechts.
Tip: Je kunt het lint niet verwijderen, maar je kunt het lint wel minimaliseren met de toetscombinatie Ctrl + F1. Je ziet dan alleen de tabs. Opnieuw indrukken van deze toetscombinatie brengt het volledige lint weer terug.
4 Tabbladen
Aan de bovenkant van het lint zijn tabs zichtbaar. Op elke tab staan groepen opdrachten. Sommige tabs worden alleen maar getoond wanneer je ze nodig hebt.
5 Groepen
Op elk tabblad staan groepen van bij elkaar behorende opdrachten. De groepen bevatten alle opdrachten die je nodig kunt hebben voor een bepaald soort taak. Bij de meeste groepen zijn niet alle opdrachten zichtbaar. Wanneer je meer opties wilt zien die voor de groep beschikbaar zijn moet je op de pijl in de rechterbenedenhoek van de groep klikken.
6 Naam werkmap
7 Opdrachtknop
Wanneer je op een opdrachtknop klikt dan wordt de wijziging onmiddellijk aangebracht. Het kan ook zijn dat er eerst een keuzelijst of een dialoogvenster verschijnt.
8 Actieve cel
De actieve cel is de cel die op het actieve werkblad geselecteerd is. De actieve cel is van een zwart kader voorzien. In de afbeelding is cel A1 de actieve cel.
9 Naamvak
Het naamvak bevindt zich links van de formulebalk boven het gebied voor het werkblad. Het toont het adres van de actieve cel. Wanneer aan de cel (of celbereik) een naam is toegekend dan toont het naamvak deze naam. Het naamvak kan ook gebruikt worden om namen aan cellen (of celbereiken) toe te kennen.
10 Formulebalk
De formulebalk bevindt zich boven het gebied voor het werkblad. Deze toont de gegevens of formule van de actieve cel. De formulebalk kan ook gebruikt worden om gegevens of formules in de actieve cel in te voeren.
Werkblad
Een werkmap in Excel kan meerdere werkbladen bevatten. Bij het maken van een nieuwe werkmap maakt Excel standaard een werkblad aan met de namen Blad1. Een werkblad kan geactiveerd worden door te klikken op de Tab (11) van het werkblad, aan de onderkant van het venster. Een nieuw werkblad kan toegevoegd worden door op 12 te klikken.